|
Het is dus telkens de
ploeg die niet scoort die eerst bolt. Bij het 'trabollen' is
het omgekeerd, en in andere plaatsen, o.a.
Sint-Jan-ter-Biezen, wordt bij het baanbollen ook deze
methode gebruikt. De bedoeling is een paar bollen zo dicht
mogelijk bij de 'stake' te plaatsen en de overige te laten
'blokken'. Deze blokken dienen om de bollen van de andere
ploeg te beletten om dichter te komen. De bollen die het
dichtst van de stake liggen zijn JOW. De ploeg die het eerst
twaalf punten haalt wint de partij en mag dan een pint
drinken van de andere ploeg. De baanbollen zijn smaller dan
de trabollen. Doch bijna allemaal hebben ze een 'BATE' kant.
Dit is een schuine kant (soms weinig merkbaar), waar de bol
naartoe trekt. Zo wordt er niet altijd rechtdoor gebold, het
kan ook in een boogje. Vroeger plakten de bolders een
'neutje klytte' (een klompje klei) aan hun bol, dit om bate
bij te geven of om tegenbate te geven. Thans zijn de
materialen geëvolueerd en draaien ze een bout met loden kop
in de bol om hetzelfde effect te hebben. In Watou wordt
tussen meikermis en oktoberkermis iedere maandag in een
ander café op straat gebold. J.D. |